Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is hier niet de plaats in den breede op deze kwestie in te gaan. Volstaan wordt met de opmerking, dat zij ons plaatst voor het probleem dat Prof. Boeke behandelt in zijn „Dorp en Desa”, nl. de vastkoppeling van het begrip „dorpsgemeenschap” aandatvan,,inlandsche gemeente”. Deze kan niet dienstbaar zijn aan het herstel van de eerste 1). De praktijk wijst dit uit. Nog steeds zijn de kampongs niet verder gekomen op den weg, die naar de bedoelde autonomie leidt.

Hoewel den zelfbesturenden landschappen in belangrijke mate eigen meesterschap gelaten is, zijn zij in de uitoefening hiervan toch niet geheel vnj. Behalve de afbakening van de grenzen van dit recht in de politieke contracten en de zelfbestuursregelen, vindt men hierin ook bepaald dat het bestuur wordt gevoerd in overleg met en naar de aanwijzingen van den resident en de betrokken ambtenaren (art. 8 der contracten) of, zooals art. 12 le lid der zelfbestuursregelen (S. 1927 no 190) het uitdrukt, dat de regeling en het bestuur der aangelegenheden van het landschap onder leiding van het hoofd van gewestelijk bestuur en, volgens diens aanwijzingen, onder die van de hun ondergeschikte ambtenaren, overgelaten worden aan het zelfbestuur.

Er moet dus een voortdurende aanraking zijn tusschen het zelfbestuur en het europeesch bestuur. Om deze mogelijk te maken is het gewest gesplitst in een vijftal afdeelingen, die ieder weer gesplitst zijn in een

!) Prof. Dr. J. H. Boeke, Dorp en desa, blz. 52 e.v.

Sluiten