Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o.m. bij de zelfbestuursrechtbanken o£ bij de hoofden en door dezen onderzocht.

§ 4. Landschapsonderhoorigen.

Artikel 14 van de politieke contracten en artikel 13 van de zelfbestuursregelen 1927 (S. no 190) bepalen over welke personen de macht van het zelfbestuur zich uitstrekt.

Eerstgenoemd artikel bepaalt dat als landschapsonderhoorigen worden beschouwd alle personen die in een landschap gevestigd zijn en niet krachtens artikel 15 tot de rechtstreeksche onderhoorigen van den lande worden gerekend.

Als rechtstreeksche onderhoorigen van den lande worden beschouwd:

a. europeanen en met dezen gelijkgestelden;

b. vreemde oosterlingen (met inlanders gelijkgestelde personen);

c. inlandsche landsdienaren;

d. inlanders, gevestigd binnen de grenzen der terreinen, die door het Zelfbestuur ter beschikking van den lande gesteld of aan den lande afgestaan zijn of zullen worden; (nl. voor het leggen van bezetting, het opwerpen van versterkingen en het oprichten van etablissementen).

e. inlandsche christenen, zoodra en voor zoover zulks door den Gouverneur-Generaal zal worden bepaald;

ƒ. inlanders van buiten het gewest, die zich tijdelijk in het landschap bevinden.

Sluiten