Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g. inlanders, die krachtens met hunne werkgevers op den voet der bestaande wettelijke bepalingen gesloten werkcontracten werkzaam zijn op de ondernemingen van handel, landbouw of nijverheid, zoomede bij de openbare werken en den aanleg en de exploitatie van spoor- en tramwegen in het gewest.

Het in de tweede plaats genoemde artikel bepaalt dat het gezag van de zelfbesturen zich slechts uitstrekt tot zijne onderhoorigen, d.z. de personen, die niet vallen onder een der navolgende groepen:

a. europeanen en met dezen gelijkgestelden;

b. vreemde oosterlingen, met uitzondering van vreemde oosterlingen, die zich zoozeer met de inheemsche bevolking hebben vermengd, dat zij geacht kunnen worden daarin geheel te zijn opgegaan en van afstammelingen van leden van het zelfbestuur;

c. inlandsche landsdienaren;

d. alle personen, gevestigd binnen de grenzen van door het landschap aan het land afgestane of ter beschikking van het land gestelde stukken grond;

e. inlanders van buiten het gewest, die zich tijdelijk in het landschap bevinden;

ƒ. inlanders, die met hunne werkgevers werkovereenkomsten hebben aangegaan op den voet van de regelingen in zake de onderlinge rechten en verplichtingen van werkgevers en werknemers.

Uit deze bepalingen blijkt dat een groot aantal groepen aan het gezag der zelfbesturen en dus ook aan de jurisdictie der zelf bestuursrechtspraak onttrokken is.

Sluiten