Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de bataksche achterwal der sultanaten komt bijna uitsluitend collegiale rechtspraak voor. Het hoogste college (kerapatan doesoen) is hier een rechtbank waarin zitting hebben de sultan, de oeroenghoofden en de voornaamste hoofden der dorpenbonden uit de bovenen uit de benedenstreken van iedere oeroeng.

Hierop volgen de kerapatans oeroeng, waarin zitting hebben het oeroenghoofd en alle hoofden der dorpenbonden vermeld inde vorige alinea.

Dan de kerapatans balei of kitik, in iedere oeroeng één in de boven- en één in de benedenstreken. Leden zijn alle hoofden der dorpenbonden. Als voorzitters fungeeren die hoofden, die zitting hebben in de kerapatan doesoen.

Ten slotte nog het dorpsgerecht bestaande uit den pangoeloe.

In de karobataksche landschappen treffen we de volgende organisatie aan.

De hoogste rechtbank is de kerapatan balei radja ber ampat, waarvan de vijf zelfbestuurders lid zijn. Deze benaming komt niet overeen met het aantal leden dat dit college telt. De van ouds bestaande naam is evenwel in gebruik gebleven, ook nadat een nieuwe bestuursindeeling tot stand kwam. x) Zij treden om de beurt op als voorzitter van dit college.

Dan in ieder landschap een kerapatan balei radja, bestaande uit den zelfbestuurder als voorzitter en de oeroenghoofden als leden.

!) Zie blz. 16.

Sluiten