Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht is bij een meestal door ons (d.w.z. het bestuur) gemodelleerden raad van de bijeengetrokken hoofden uit één bestuursressort. Deze laatste heet wel gehandhaafde rechtspraak in oud-inheemschen trant, maar ze is het niet. Ze is alleen een „vrije” rechtspleging. Deze loopt echter gevaar te westersch te worden, doordat de europeesche leiders ertoe overgaan al meer voor de gouvernementsrechtspraak geldende bepalingen toe te passen, die door de hoofden niet begrepen worden. Deze nemen zoodoende practisch steeds minder deel aan de inheemsche rechtspraak, die langzamerhand controleursrechtspraak wordt.

Prof. van Vollenhoven stelde zich de oplossing der moeilijkheden voor door regeling van de beide deelen der inheemsche rechtspraak en zoodoende de gebreken van de lagere weg te nemen en te voorkomen dat de hoogere inheemsche rechtspraak te westersch zou worden. *)

Deze oplossing deed Prof. Carpentier Alting de vraag stellen of de landsreglementeering in het wezen der zaak niet de eigen volksinstellingen terzijde zou stellen en leiden tot invoering overal van de landsrechtspraak? 2)

Vele jaren lang heeft de strijd zoo in als buiten de

1) Zie de notulen der genoemde vergadering in de verhandelingen van het Indisch Genootschap van het jaar 1908. Hieraan is toegevoegd een door den inleider opgestelde proeve eener ordonnantie op de inh. rechtspraak, zoowel in rechtstreeks als in zelfbestuursgebied.

Vierentwintig ontwerpen van Indisch recht door Prof. Mr. J. H. Carpentier Alting e.a. 1909, blz. 109 e.v.

Proeve van een staatsregeling voor N.I. door Mr. J. Oppenheim e.a. 1922.

2) Prof. Mr. J. H. Carpentier Alting. Grondslagen der rechtsbedeeling in N.I., blz. 304.

Sluiten