Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3

(1) Wanneer ten dage dienende de verweerder behoorlijk opgeroepen zijnde, niet verschijnt noch iemand van zijnentwege doet verschijnen, wordt de eisch bij verstek toegewezen, ten ware het aan den Kerapatan mocht blijken dat deze is onrechtmatig of ongegrond.

(2) Ingeval van toewijzing van den eisch wordt het vonnis van den Kerapatan op last van den president door een daartoe bevoegden beambte aan den veroordeelde aangezegd waarbij hij tevens wordt indachtig gemaakt aan zijn recht om binnen den tijd en op de wijze bij art. 7 bepaald tegen het vonnis verzet te doen bij dezelfde rechtbank.

(3) Aan den voet van het vonnis wordt door den djaksa aangeteekend aan wien deze verrichting is opgedragen geweest en wat deze persoon daaromtrent schriftelijk of mondeling heeft gerelateerd.

Artikel 4

In de gevallen, bij de twee voorgaande artikelen voorzien, kan de Kerapatan, alvorens eenige uitspraak te doen, gelasten dat de niet verschenen partij ten tweeden male zal worden opgeroepen tegen eenen naderen, door den president op de terechtzitting aan de opgekomen partij bekend gemaakten rechtsdag voor wie deze mededeeling als oproeping geldt.

Artikel 5

Indien van meerdere gedaagden een of meer niet verschijnen, noch niemand van hunnentwege doen verschijnen, wordt de behandeling der zaak uitgesteld tot een naderen zoo min mogelijk verwijderden rechtsdag. Dat uitstel wordt ter terechtzitting aan de verschenen partijen medegedeeld, voor wie deze mededeeling als oproeping geldt, terwijl de President de niet verschenen gedaagden tegen dien rechtsdag opnieuw doet oproepen.

Alsdan wordt de zaak behandeld en daarna tusschen alle partijen uitspraak gedaan bij een en hetzelfde vonnis, waartegen geen verzet is toegelaten.

Sluiten