Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPELENDE MEISJES. STEDELIJK MUSEUM, AMSTERDAM.

„welken indruk ik had gemaakt, maar de Goden smekend om een

1 55 55

„goede .

Al sinds enige tijd had hij, die lichamelijk niet sterk was, bij tussenpozen te lijden gehad ten gevolge van zijn ongeregelde levenswijze. Onrust en lusteloosheid maakten zich van hem meester en ontnamen hem dan alle werkkracht. Hij werd tenslotte ernstig ziek en moest half Maart 1882 opgenomen worden in het Gasthuis, waar hij twee en een halve maand, tot 3 Juni, zou blijven. Uit een brief, die hij van daar aan Van Stolk schreef, mogen hier enkele passages volgen, omdat ze zo bijzonder kenmerkend zijn voor Breitner's karakter. Gedoemd tot ledigheid, drukt de schilder hier eens direct en zonder enige litteraire pretentie, zijn gedachten bij hoge uitzondering in woorden uit, daar hem ditmaal zijn natuurlijke instrumenten, het tekengerei en de verf, vrijwel verboden zijn.

„Sedert verleden week hg ik nu uitgestrekt op mijnen rug, alle be„weging behalve die mijner oogen en vingers is me ontzegd.

„Vervelen doe ik me niet. Ik overdenk veel waar ik anders misschien „niet toe gekomen was. Ik heb wat geteekend, gelezen en geschreven. „Maar ik mis ontzettend de natuur, 't buiten zijn en vooral de zon. „Ik zie haar alleen schijnen op een zinken dak vlak voor mijn raam, „op den toren en eenige aardige roode daakjes in 't verschiet en op een „voorbij drijvende wolk, gisteren bleef ze weg en bracht me 's avonds

Sluiten