Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DAM BIJ AVOND, 1893. STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM.

zinnen, tot de zuiverste ondervinding van de werkelijkheid geproclameerd. Die jongelui voelden zich de uitdrukking van een heroïsche tijd, waarin de vreugden en ellenden geweldiger beleefd werden dan anders. Zij geloofden, dat de vervoering, aan welke zij zich zo zonder enig voorbehoud overgaven, bezieling zou schenken aan een nieuwe kunst. „Zich uitleven" werd als een vruchtdragend beginsel beschouwd, als een voorwaarde zelfs voor hun streven. En zo konden zij, zoekende naar felle daden, er toe komen de passie om der passie wille als de grootste daad te verheerlijken.

In October van het jaar 1886 werd door Kloos, Van Eeden, Paap, Verwey en Van der Goes een tijdschrift opgericht dat het orgaan moest zijn, waarin deze generatie haar meningen op ieder gebied vrijelijk kon uiten. „De Nieuwe Gids" publiceerde gedichten, novellen, wijsgerige en staatkundige opstellen en vooral ook critieken. Voor de schilderkunst bestond er onder de jonge litteratoren een zeer levendige belangstelling, zij voelden verwantschap met de richting van de Haagse school en met de zich in Amsterdam vormende groep. Er werd druk over schilderijen gesproken en naar aanleiding van tentoonstellingen werd bewonderend geschreven over de Marissen, Mauve, de Israëlsen, Breitner, Witsen, Karsen, Verster. Het zeer nauwe verband tussen schilders en schrijvers in de tachtiger jaren is een merkwaardig duidelijk

Sluiten