Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Miiibjh. 1I\ RODE KIMONO. GEMEENTE MUSEUM, 'S-GRAVENHAGE.

bewijs voor de eensgezindheid in streven van deze beide kunsten, doch het is deze keer de schilderkunst die de leiding heeft, het zijn de schilders die door hun oorspronkelijkheid en reeds vroeg verworven onafhankelijkheid de schrijvers meevoeren en zelfs inspireren. Zeker, ook de schilders lazen veel, en bij voorkeur de Franse naturalistische litteratuur, waarin zij veel ontmoetten dat overeenstemde met hun eigen zienswijze op de werkelijkheid, maar zij voelden zich niet dan bij uitzondering geroepen deze romans te illustreren of aldians de geest die zij er aantroffen te vertolken. De schrijvers echter en dit lag in het wezen van het naturalisme - trachtten een tijdlang met schilders¬

ogen te kijken, poogden de schijn der dingen fijn te ontleden en minutieus te omschrijven, alsof zij met hun woorden-combinaties een zichtbare en tastbare wereld schilderen konden. Nimmer werd er zo bewust door schrijvers moeite gedaan om hun instrument te dwingen tot het beelden van uiterlijkheden zonder verdere gedachten, een opzet, die juist sterk lijkt op het kenmerkende streven der schilderkunst. Zo schijnt het dat de litteratuur plotseling middelen wil gebruiken die passen bij een schilderkundig doel en het baart geen verwondering meer in 1884 de theorie van het impressionisme in de letterkunde door Van Deyssel aldus uiteengezet te zien: „Door impressionistisch wordt verstaan, dat "de schijn, die de dingen aannemen voor het oog van den schrijver, „zonder nader onderzoek omtrent hun wezen, vertolkt wordt. Daarin „ligt ook de heele beeldspraak. Daarom is impressionisme alleen een „genre van beeldende kunst en is de impressionistische literatuur die,

Sluiten