Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sleperspaarden op de bruggen beziet, wanneer hij, eenen-al ogen, kijkt naar de dansende meiden in Nes of Warmoesstraat of terloops in de schaduwen van een slop in de Jordaan het mooie kopje van een „waspit" ontdekt. Een werkkoorts bevangt hem nu en zoals steeds geeft hij zich met vreugde geheel aan deze drift over, levend op zijn zenuwen en tot het uiterste gespannen om zo veel en zo sterk mogelijk visuele emoties op te doen. Thuis op het atelier schildert hij studie op studie naar het naaktmodel, wild van verrukking om de onverwachte schoonheden van het lichaam, dat fonkelt in het zonlicht tegen een donkere omgeving van kleurige doe-

1 r-r>.

ken. Hij ziet groot en eenvoudig en stoutmoedig en ieder nieuw stuk werk is hem een hartstochtelijke levensdaad.

Op dit ogenblik van volle ontplooiing van zijn kracht deinst hij voor geen zware opgave terug. In het ongewone gegeven van een actrice, voorgesteld in een dramatische rol, vindt hij plotseling de gelegenheid een droom van jaren geleden te verwezenlijken: nu is het hem vergund zijn gehele kracht te beproeven aan dat levensgrote damesportret, waarvan de vage omtrekken hem reeds lang voor de geest hadden gestaan. Met verbazing aanschouwde Amsterdam het portret van Mevrouw Frenkel (later Mann)-Bouwmeester in de gedaante van de beledigde Francillon, zoo trots en uitdagend geschilderd in brede kleurvlakken en felle lichtcontrasten als hier nog niet gezien was. Wel is te begrijpen dat de grootheid van dit schilderij, de ongekende nieuwheid tegehjk in de opbouw en in de uitvoering, door de jongeren van toen even hoog geprezen werd als zij door de ouderen werd miskend. Tragisch

HJil OORRINGETJE. VERZ. MEVR. H. WERTHEIM SALOMONSON-HYMANS, AMSTERDAM.

Sluiten