Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LAURIERGRACHT. STEDELIJK MUSEUM, AMSTERDAM.

van die volkrijke en schilderachtige buurt, die hem reeds tal van motieven had geschonken. Geen Amsterdamse stadsgezichten en geen Jordaanmeiden zijn echter het onderwerp van de eerste schilderijen die hij op dit nieuwe atelier maakt. Hier begint allereerst die wonderbaarlijke reeks van edele vrouwenfiguren in interieur, de zogenaamde „Japanse meisjes". Hij kleedt zijn model, Geesje Kwak, in bebloemde kimono's, rode, rose, blauwe en witte, en in verschillende houdingen, half zittend, half liggend op een divan met een Turks kleed of ook wel staande voor een spiegel en een sieraad aan het oor bevestigende, laat hij het gracieuze figuurtje voor zich poseren (blz. 31-36). In deze doeken openbaart zich plotseling een bij Breitner onverwachte zin voor intimiteit en bezonkenheid, maar in deze stilte is een tinteling van kleuren, zo teer en pittig tegelijk, dat men wel merkt dat hier een machtige hand zich plotseling gedwongen heeft tot bedachtzamer schilderen. Dit is inderdaad weer een van die ogenblikken waarop de wil tot concentratie, tot zelfbedwang en tot studie in Breitner triomfeert, zodat het is alsof hij zich bezint en een tijdlang zijn zo intuïtieve en spontane schilderwijze in toom houdt. En meestal volgt op zulk een fase weer een opbloei, iedere keer sterker beheerst, van zijn bredere manier.

Op zomeravonden en in de herfst voeren zijn wandelingen hem weer naar de Dam en naar de Munt en tussen zonsondergang en donker, veelal ook bij maanlicht, observeert hij het zwakker worden van de

Sluiten