Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTILLERIE OP MANOEUVRE. VERZ. VAN OMMEN VAN GUYLIK, LAREN.

en met kruiwagens en balken gesjouwd, waar tussen de flarden rook en stoom van de ratelende heimachines de werklui in hun blauwe kielen en zware waterlaarzen hun rusteloze gang gaan, waar de hoge masten van de heistellingen boven alles uitsteken tegen de ijle lucht. Wie had ooit te voren zó de schoonheid gezien van dit ruwe en nuchtere werk, ver van de pittoreske hoekjes van Amsterdam's binnenstad? Slechts iemand met Breitner's aard kon de grootsheid voelen van deze ogenschijnlijk wanordelijke bedrijvigheid op de troosteloze terreinen waar vaak een gure bries over waait, een grootsheid die het landschap en het mensenwerk samen bindt.

Maar naast deze gegevens uit het rijk van de zware arbeid, die hij thans met zoveel lust bestudeert en schildert, nopen bestellingen en het groeiend succes hem nog tot de behandeling van onderwerpen uit voorafgaande perioden. Er volgen nog enkele soldatenstukken, rustiger van handeling en sterk van bouw, voorts nieuwe gezichten op de Dam, figuren in de Paleisstraat en op de grachten, vrouwen uit de Jordaan tegen een besneeuwde achtergrond, studies van kinderen in kleurige Hartjesdag-tooi. Slechts zelden onderbrak hij de onverminderde activiteit door een korte reis, een enkele keer nog ging hij naar Parijs en in '97 bezocht hij samen met Witsen en Bauer Londen. Uit niets blijkt dat dergelijke reizen zijn belangstelling voor de Amsterdamse motieven deden verminderen. Integendeel, hij heeft een nieuw stadsdeel ontdekt, minder druk en levendig dan de dichtbevolkte Jordaan, maar even rijk aan karakteristieke plekken en ingetogener van stemming: de Eilanden en het Westerhavenkwartier. Door een bevriende aannemer werd nu voor hem op het Prinseneiland een atelier gebouwd, vlak aan het water naast de teerpakhuizen en met uitzicht op de Nieuwe Teertuinen en op de ophaalbrug. Hier gaat hij in het jaar 1898 wonen en ter-

Sluiten