Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KEIZERSGRACHT BIJ DE REGULIERSGRACHT.

stond als hij zich tot het schilderen van de motieven dezer nieuwe omgeving zet, schijnt hij weder bevangen te zijn door een heimelijk verlangen naar rust en evenwicht en evenals hij vijfjaren eerder die „Japanse meisjes" te voorschijn toverde uit een sfeer van stilte en intimiteit, zo schildert hij ook nu met strak volgehouden aandacht een enkele kade, een brede gracht, een werf, met nauwelijks een figuurtje hier en daar, doordrenkt van een wonderlijke tederheid. Hij doorkruist zijn Eilanden-buurt en de dokken bij sneeuw en regen en onweer, overdag en 's avonds laat, het schetsboekje steeds bij de hand, nu eens tekenend de grillige silhouetten van de topgevels der oude pakhuizen of de besneeuwde stapels teervaten, dan weer de perspectieven van de Prinseneilandbrug, de bogen van het viaduct of de brede achterstevens en de forse roerpennen der tjalken.

De tijd van de grootste bloei is nu echter reeds voorbij. Al zal hij na 1900 nog menig meesterwerk voortbrengen, de hevige stuwkracht van vroeger is aan het tanen, het tempo wordt langzamer, een vage vermoeidheid maakt zich van hem meester en gaat hoe langer hoe zwaarder drukken. Uitingen als „na je veertigste maak je mets goeds meer", in die tijd door de vrienden vernomen, wijzen op het toenemend gevoel van machteloosheid dat hem benauwt. De wil tot werken ontbreekt niet, maar wel de bezieling, en zonder deze wordt zijn strijd met de verven en penselen wanhopig. Het verschijnsel van een zo kortstondig hoog oplaaiend vuur, vroegtijdig gevolgd door een snelle

Sluiten