Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEERPAKHUIZEN OP HET PRINSENEILAND. VERZ. C. G. VATTIER KRAANE,

AERDENHOUT.

drukkelijk), in het begin nog voorzichtig afgestemd op weinig kleuren: een zwarte doek, een grijs-blauwig kussen, een wit hemd als de omlijsting voor de volle blankheid van de huid (blz. 19). Maar dan gloeien eensklaps diep en hevig het gebroken vermiljoen en het groen-geel om het lichaam, dat in volle glorie door het zonlicht beschenen op de divan ligt uitgestrekt. De omtrekken worden nu eens strak gespannen, dan bij verrassing losgelaten, zodat het licht trilt, de verf is afwisselend vlak en dun uitgestreken of in een volle pate opgebracht, hier is het modelé nadrukkelijk, elders verdwijnt het in de weerkaatste tinten van de felgekleurde doeken (blz. 20-22). Ontdaan van iedere academische conventie heeft Breitner terstond niet één maar een tiental nieuwe vormen gegeven aan dit oude motief. Het is alsof de indruk hem aanvliegt en alsof hij de schok met zijn gehele wezen opvangt. Dan kan hij niet anders meer dan trachten de indruk onmiddellijk in al zijn duidelijkheid te verbeelden, en zo groeien onder zijn handen deze machtig levende gedaanten.

Zwaarder wordt zijn rhythme en hoe langer hoe sterker spreekt zijn zin voor monumentaliteit. Reeds menig vroeg werk, zelfs van klein formaat, zoals die prachtig opgebouwde aquarel „Een wasvrouw aan de Veste te Rotterdam" (blz. 9), was krachtig door deze eigenschap en ook sommige naakten kan men stellig monumentaal noemen. Een hoogtepunt is het grootse portret van Mevrouw Frenkel-Bouw-

Sluiten