Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dc figuur van Breitner staat in het landschap van onze schilderkunst der vorige eeuw op een afzonderlijke plaats.Voor diepgaande invloeden zelf haast ongenaakbaar, was hij ook te eenzelvig om rondom zich een school te vormen. Toch heeft zijn schilderen op veel kunstenaars een zo diepe indruk gemaakt, dat men er de nawerking van niet mag onderschatten. Toen omstreeks 1890 de jongeren reeds nieuwe paden betraden, die leiden moesten naar een kunst met meer geestelijke inhoud, ging hij trots voort op de vaste baan die hem door zijn intuïtie aangewezen werd, en wie, vermoeid van de strakheid van symbolen, weer eens met zijn zinnen de schoonheid van het schilderen wilde beleven, kon bij hem zich warmen aan de gloed van een vrij scheppend temperament. Hij was de meest hartstochtelijke, de meest onafhankelijke, die aan anderen niets te danken had en die zichzelf nooit had gespaard. Hij was een ontzagwekkend voorbeeld van grenzenloze durf, van algehele overgave aan het opstuwend enthousiasme, maar zijn grootse kleur-concepties bleken een persoonlijk goed en de vermetele techniek was onnavolgbaar.

Breitner is een begrip geworden en zijn naam is synoniem met een zeker Amsterdam uit een nabij verleden. Het is het voorrecht van de grote enkelingen zó in hun werk een suggestief beeld achter te laten dat aan geen ander dan aan hen alleen toebehoort. Wij zullen dit Amsterdam niet werkelijker kunnen zien leven dan door zijn ogen, maar het is meer dan de verbeelding van een stad: het is de eigen wereld van Breitner, waar alles van hem is, omdat hij er de straten en de huizen van gevormd heeft en mens en dier getooid heeft met een aureool van sneeuw en damp, omdat hij er het klimaat en het licht van heeft bestemd en omdat het al bezield werd door de ontroering van zijn vurig hart.

AANTEKENINGEN

x) Dit en de navolgende citaten uit Breitner's brieven aan Van Stolk zijn in de oorspronkelijke schrijfwijze overgenomen uit de publicatie van dr. E. Wierssum (zie litteratuuropgave). 2) Brief aan Van Stolk. 3) Brief aan Van Stolk. 4) Verzamelde opstellen, I, (2e dr.) 31. 5) De Amsterdammer, 2-X-1884. 6) e. d'oliveira, De Mannen van Tachtig aan het woord, 2e dr. bi. 21. ') Enkele van Breitner's weinig talrijke etsplaten werden door Witsen voor hem gebeten. 8) Mededeeling van den heer D. F. Lunsingh Scheurleer. 9) f. bobeldijk, in „De Amsterdammer", 21 Febr. 1915.

Veel tot dusver ongepubliceerde gegevens omtrent Breitner's leven werden mij welwillend medegedeeld door verwanten en kennissen van den schilder. Hun ben ik grote dank verschuldigd. Veth's uitvoerig opstel „Breitner's jeugd" reikt niet verder dan tot het einde der negentiger jaren, voor de periode nadien moet de geschiedenis geschreven worden met behulp van de waardevolle, maar soms tegenstrijdige herinneringen van tijdgenoten. Het bestek van dit geschrift liet niet toe idtvoerig in te gaan op bijzondere vraagstukken. Hiervoor \'ij verwegen naar de navolgende litteratuuropgave, welke de titels van de belangrijkste publicaties over Breitner bevat.

Sluiten