Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LITTERATUUROPGAVE

BERCKENHOFF, H. L., Nieuwe Rott. Courant, 16 Nov. 1890.

BOBELDIJK, F., In memoriam G. H. Breitner, Jaarboek Amstelodamum, XX, 1923. BREMMER, H. P., Beeldende Kunst, XIII, 1925-1926, afl. 6.

BROM, G., Hollandse schilders en schrijvers in de vorige eeuw, 1927. DRAAYER-DE HAAS, A., G. H. Breitner. Onze Eeuw, XXIII, 3, 1923, 113-120. ERASMUS, K., G. H. Breitner. Kunst für Alle, XXVI, 1910/11, 305-311. ERENS, FRANS, Vervlogen jaren. 1938.

HAMMACHER, A. M., Amsterdamsche Impressionisten en hun kring, 1941. HARPEN, N. VAN, Menschen, die ik gekend heb. 1928.

KNUTTEL, G., G. H. Breitner, Winterboek Wereldbibliotheek, 1928/29, 68-94. KNUTTEL, G., De Mannen van Tachtig, Oudheidkundig Jaarboek, 1932, 87—96. KNLTTEL, G., Geschiedenis der Nederlandsche Schilderkunst, 1938.

MARIUS, G. H., De Hollandsche Schilderkunst in de negentiende eeuw. 2e druk, 1920.

MOLKENBOER, TH., Breitner, Allebé en Derkinderen. Van onzen Tijd, II, 1901-1902, 78-87.

PIT, A., G. H. Breitner, XXe Eeuw, VIII, 1, 1902, 244-251.

PIT, A., STEENHOFF, W., VETH, J., VOGELSANG, W., George Hendrik

Breitner, indrukken en biographische aanteekeningen, 1904—1908. PLASSCHAERT, A., Beschouwingen, I, 1917.

PLASSCHAERT, A., Korte Geschiedenis der Hollandsche schilderkunst van af

de Haagsche school tot op den tegenwoordigen tijd, 2e dr., 1923.

ROLAND HOLST, R. N., G. H. Breitner, Architectura, XXVII, 1923, 117. STEENHOFF, W., Over Breitner, Nieuwe Gids, VII, 1901/02, 450-462. STEENHOFF, W., In Memoriam. Breitner, Witsen en hun tijd. Groot Nederland, XXI, 2, 1923, 235-242.

STEENHOFF, W., G. H. Breitner, Elsevier, LXXVII, 1929, 1-10.

TIDEMAN, P., Van Israëls tot Derkinderen, Nieuwe Gids, 1894, 286. VERSTER, C. W. H., G. H. Breitner, Onze Kunst, I, 1902, 41-47.

VERWEY, ALBERT, Breitner, Karsen en Verster. De Beweging, VII, 1, 1911, 284-289.

VERWEY, ALBERT, G. H. Breitner, Proza, deel X.

VETH, C., G. H. Breitner 60 jaar, Nieuwe Gids, XXXII, 2, 1917, 541-543. VETH, C., Tentoonstelling G. H. Breitner in de kunstzaal C. M. van Gogh, Elsevier, LIV, 1917, 316-318.

VETH, JAN, Breitner's jeugd, Portretstudies en silhouetten, 1908.

VETH, JAN, G. H. Breitner, De Gids, 1923, III, 154-156.

WIERSSUM, E., Brieven van George Hendrik Breitner aan Adriaan Pieter van

Stolk (1877-1887), Rotterdamsch Jaarboekje, 1935, 49-86.

ZILCKEN, PH., G. H. Breitner, 1912 (zie ook Elsevier, XI, 1896). Tentoonstellingscatalogus, Gem. Museum, 's-Gravenhage, Nov. Dec. 1928. Tentoonstellingscatalogus, Palais des Beaux-Arts, Brussel, Jan. 1932. Tentoonstellingscatalogus, Stedelijk Museum, Amsterdam, Juni-Juli, 1933. Tentoonstellingscatalogus, Stedelijk Museum, Amsterdam, Oct.-Nov. 1947.

De afbeeldingen op bl%. 5, 12, 35, 36, 39, 47, 53, 55 %ijn naar foto's Lichtbeelden Instituut, Amsterdam, die op b/%. 45, 46, 51, 54 naar foto's Rijksmuseum.

In de^e vijfde druk, verschenen in 1948, is ^oveel mogelijk aangegeven in welke verzamelingen %ich de afgebeelde kunstwerken op dat tijdstip bevonden.

Sluiten