Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voerd werd, des te edeler achtte men hun leven. En meer en meer bevestigde zich het romantische inzicht, hoe de hoogere bestaansvormen zich slechts in de eenzaamheid kunnen handhaven en hoe een waarachtig kunstwerk, dat altijd een wereld met eigen wetten is, alléén in de eenzaamheid ontworpen en uitgevoerd kan worden. De Man-Alleen beschikt over de geestelijke onafhankelijkheid, onontbeerlijk zoowel voor meditatie en oordeel, als voor de schepping. En hij die zich prijs geeft aan de menigte, doet daarmede afstand van zijn vermogen tot hooge geestelyke arbeid en van zijn recht daarop.

Uit deze opvatting vloeit voort, dat de kunstenaar, die zich zelf zuiver en op waarde weet te houden, een dubbelleven leiden moet. Hij voert een schijnbestaan in de maatschappij, welke hem niet of nauwelijks aangaat en waar hij zich met opzet en systematisch zoo weinig mogelijk van aantrekt, terwijl hij zijn ware leven uitviert temidden van de constructies, welke zijn geest te zijnen behoeve en voor zijn uitsluitend gebruik heeft ontworpen en verwezenlijkt. De kunstenaar verbergt zich in zijn werk, zoo gezien het éénige middel tot zelfbehoud voor een volkomen asociaal menschentype, dat een afschuw heeft van de actualiteit en zich voorstelt in het tjdelooze te arbeiden.

Ik heb deze beschouwing uitvoerig te boek gesteld, omdat zij kenmerkend is voor een tijdperk achter ons. En ik moet je eerlijk bekennen, dat ik, die er mede opgegroeid ben, deze opvatting van kunstenaar en kunstenaarschap nog niet geheel heb prijsgegeven. Want hoewel ik myn beeld van den arbeider in de wijngaard des geestes in den loop der jaren aanzienlijk gehumaniseerd heb, aan de noodzakelijkheid van afzondering en eigengereidheid ben ik bijven gelooven. Maar dit geloof staat niet meer onaantastbaar in mij opge-

Sluiten