Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richt. Ik ken thans de twijfel ook op dit punt. En ik vraag mij telkens angstiger en onzekerder af: is deze zelfbevestiging door een op den spits gedreven onderscheiding inderdaad de éénige en hoogste taak van den kunstenaar ? En dadelijk in verband hiermede rijst als tweede vraag: zijn deze opvattingen boven de invloeden van den tijd verheven ? Hetgeen met andere woorden zeggen wil: kan wat vroeger juist en heel mooi was, nu onder den invloed van tallooze nieuwe stroomingen leelijk geworden zijn en verderfelijk ? Begrijp je nu waarom ik zoo onder den indruk was en nog ben van de populaire hulde aan Romain Rolland gebracht, van de grootsche, waarlijk aangrijpende begrafenis van Henri Barbusse?

Het is mij ten eenen male onmogelijk, tegen mijn onwankelbare overtuiging, tegen mijn gansche wezen in, deze schrijvers tot groote kunstenaars te verklaren. Ik bewonder hen als menschen, ik heb een onbeperkte eerbied voor hun houding, ik ben in staat een groote genegenheid voor hen te koesteren; maar dan gehéél buiten de litteratuur en buiten wat wij tot dusver ,,het geestelijk leven' noemden, om. En hiermede ben ik gekomen aan de kern van mijne moeilijkheden. Wanneer iemand mij de onschatbare verdiensten van C. S. Adama van Scheltema als opvoeder der massa uiteenzet, ben ik dadelijk geneigd hem te volgen. Ik geloof ook werkelijk, dat er van diens levenswerk een opwekkende, gezondmakende kracht op talloozen is overgegaan en dat het duizenden en nog eens duizenden eenvoudige zielen een innig en waarachtig leesgenot geschonken heeft. Maar met dat al kan ik Scheltema toch geen dichter van beteekenis vinden en noemen!

Er is dus in tal van gevallen een onoverbrugbare afstand tusschen mijn menschelijke sympathieën en mijn intellec-

Sluiten