Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tueele waardebepalingen. Het geval-Rolland (en om mij aan een Nederlandsch voorbeeld te houden: het geval-Scheltema) dat ik vroeger niet kende, doet zich nu bijna dagelijks in steeds wisselende gedaanten aan mij voor.

Je begrijpt zoo goed als ik, dat zich in deze omstandigheden vanzelf een nieuwe twijfel aan mij opdringt. Is het lot van een Rolland, wiens menschelijk voorbeeld ontelbaren ten zegen is, niet verre te verkiezen boven dat van een door mij geliefd en bewonderd auteur, wiens werking tot altijd dezelfde ,,happy few" beperkt blijft ? Of, een stap verder: heeft die, door ons allen op een gegeven oogenblik zoo hemelhoog verheven, intelligentie, hebben de subtiele intuïtie des kunstenaars, zijn taalmacht, zijn verhouding tot wat wij auguren onder elkaar de Schoonheid noemen, nog éénige waarde en éénig belang, nü, in onze omstandigheden, tegenover het onschatbaar vermogen de hunkerende massa tot strijdvaardig enthousiasme op te voeren ?

Vroeger was de kunstenaar slechts gelukkig als hij zeggen kon: ik ben zoo hoog gestegen, dat ik eindelijk waarlijk alléén sta. En een ieder, ook de eenvoudigste toeschouwer, erkende als een axioma, dat het op de toppen eenzaam was. Romain Rolland's grootste voldoening en glorie ligt daarentegen in een volzin, welke hij uitgesproken heeft in een film van Joris Ivens: ,,Ik ben niet alleen. Achter mij staan er honderden, duizenden, millioenenl"

Wil je deze situatie in een triviaal, maar daardoor zeer werkzaam beeld ? Dan vraag ik je: wat wil je liever zijn: pastei voor een fijnproever, of een reddende homp bruin brood voor wie op de rand van den hongerdood ligt. Wanneer ik, wat my tegenwoordig dikwyls overkomt, op het punt sta de taak van het brood te kiezen, brengt ter wille van het evenwicht, mijn demon het element tijd in mijn over-

Sluiten