Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broederschap, alleen in een bittere eenzaamheid zijn kunstenaarschap kan handhaven. Hij moet dus zijn kunst of de kameraadschap opofferen.

Op den yden Februari, Zondag, bevond ik mij tusschen de zwijgende menigte die op de Place de la République betoogde en roode rozen bracht, zóóveel dat het rijzige monument er onder bedolven werd. Op den 16den Februari stelde ik mij op in de buurt van het Panthéon, waar de onmetelijke optocht als protest tegen de laffe en stompzinnige aanslag op Blum zijn aanvang nam. Vijfhonderd duizend menschen samengedreven door één verlangen: naar een vrijer, rechtschapener en ruimer leven. En in al deze gevallen voelde ik mij diep rampzalig, smachtend om met hart en ziel mee te doen, op te gaan in de veelheid, een namelooze dienaar te worden; en tegelijkertijd gemarteld door het besef dat er voor ons, uitzonderingen en zonderlingen, geen plaats in de rij is. fij, zoo goed als ik, gevoelt intuïtief, hoe een waarachtige edelmoedigheid en offervaardigheid, een oprechte liefde en eerbied voor de zoogenaamde ,,hoogere" bestaansvormen, thans met meer zekerheid bij het volk, dan bij de stuiptrekkende burgerij te vinden zijn. Al wat wij, door onze natuurlijke drift gestuwd, voorstaan: de onbelemmerde uiting, de verdraagzaamheid, de vrede, de naastenmin, vormt te zamen eveneens het ideaal der strijdende arbeidersklasse in tegenstelling met de redelooze razernij der gezagswellustelingen, die om hun eigen leegheid te kunnen bevestigen alle menschelijke waarden ontkennen. Wij stellen dus met ons verstand een gelijkheid van wenschen en belangen vast tusschen ons en de menigte. Maar dit feit zet zich niet (of nog niet) in wederzijdsche gemoedsbeweging om. Daardoor ontstaat deze pijnlijke positie: wij hebben het ongerepte plezier in ons alleen-zijn (ééns onze grootste trots)

Sluiten