Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gelegenheid tot ongestoorde arbeid kon verwerven. Het lucratief bedrijf vreet mij op. Tijd heb ik genoeg over: maar de taak laat onvoldoende geestkracht voor het plezier. De ware broeder echter, in den zin door Tolstoï aangeduid, zou de heele boel (om het onnette woord rotzooi te vermijden) er bij neergooien, onverschillig voor de gevolgen daarvan, om zijn eigenlijke werk te voltooien. Want hij verhoudt zich tot de Muze als de klassieke grenadier tot Napoleon. Wat maalt hij om vrouw, wat maalt hij om kind, laat hen gaan bedelen als zij honger krijgen (hetgeen in vele gevallen nog niet eens noodig zou zijn); hij wordt immers door een hooger drift gedreven.... Intusschen blijven wij, gepatenteerde en gediplomeerde letterkundigen, inktkoelies, in onze schrijf- en andere baantjes, welke wij hartgrondig verafschuwen en in onze riante woningen, waarin wij gevangen zijn. Wij worden op onzen tijd erkend, geëerd, met klatergoud versierd, dus opgenomen in de burgerij, welke onze onverzoenlijke vijand behoorde te blijven, alleen omdat onze kunstenaarsdrang niet zóó sterk is, dat alle andere overwegingen als kaf weggeblazen worden: omdat wij in laatste instantie het niet „niet-kunnennalaten".

6

Met M. een gesprek gehad over de moedeloosheid van de jeugd, welke toch niet geheel te verklaren valt uit de omstandigheden, hoe verwarrend en drukkend die ook zijn mogen. Ik zag er een tekort aan levenslust en dus aan levenskracht in. Er bestaat nu eenmaal een historische golflijn en tijdperken van durf en mat-

Sluiten