Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vreugdig hart. Ze zouden allen oneindig liever, temidden van evenwichtige verhoudingen rustig en in zichzelf gekeerd, uitsluitend bezig zijn met de problemen van den geest. Zij verlangen er naar, zonder zorg en onbespied, mooie dingen te maken, zich volledig uit te spreken of een spel met subtiele waarden te spelen. Wanneer zij dit alles opgeven, doen zij dat slechts noodgedwongen. De kunstenaars die zich, tegen hun aanleg, tegen de diepste begeerten van hun geest en gemoed in, aan den politieken strijd ten offer brengen, kan men het beste vergelijken met de ingelanden van een bedreigde polder. Als het water stijgt vergeet een ieder zijn eigen belangen, zijn eigen wenschen, zijn eigen bestemming; dan snelt jong en oud, arm en rijk, knap en dom naar de dijk om die te versterken. En niet voordat het water weer geslonken is, kan men zich opnieuw aan zijn persoonlijke bezigheden wijden.

16

Geestelijk leven en politiek zijn niet te verzoenen. Het eerste eischt openhartigheid, waardigheid, nauwkeurigheid. In den strijd om de macht slaagt men alleen met bedrog, achterbaksheid en met behulp van een ronkend en vaag taalgebruik.

Wie iets (en wat is dat „iets" dan nog?) bereiken wil, moet de menigte behagen en daartoe zijn alleen zij geroepen, die zichzelf en hun waarheid geringschatten. Het openbare leven eischt taktieken dagelijksche concessies. En in een denker of een dichter verfoeien wij juist niets zoozeer als buigzaamheid en practisch overleg.

Sluiten