Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en op hun plaats en tijd verwezenlijkt, onmisbaar zijn voor een normale geestelijke ontwikkeling. In een politiek systeem dat deze elementen ontkent, is het niet mogelijk te denken, te schrijven of kunst te maken. Het bestendigen van een minimum menschelijke vrijheid is de allereerste voorwaarde voor het behoud van een litteratuur. De schrijvers, die hun stille studeerkamers verlaten om deel te nemen aan den strijd, welke thans over de geheele wereld gestreden wordt, den strijd tegen de afschuwelijkste leugen welke ooit ontstaan is en die den naam van ,,raison d'état" voeit, verdedigen méér dan alleen hun eigenbelang. Zij stellen zich op de bres voor een menschwaardig bestaan in de toekomst.

2 i

Terecht beweert Daniël Mornet, dat er een onoverbrugbare kloof geslagen is tusschen de zeventiende eeuw en de achttiende, de Gróóte volgens Michelet. En hij stelt vast, dat Voltaire, Diderot, Rousseau, Chénier onbegrijpelijk moesten zijn voor Boileau, Racine, „ou même La Fontaine". Dit „même" wil er bij mij niet in, omdat het doet voorkomen of de fabeldichter vrijer dan wie ook tegenover de problemen van zijn tijd stond. Dit nu is geenszins het geval. Het z.g. klassieke tijdvak, door de schoolsche litteratuurhistorici als een bloeiperiode beschouwd, wordt gekenmerkt door een openlijk beleden minachting voor de oorspronkelijkheid in al haar vormen. Alle kunsten en het geheele onderwijs hadden de navolfling ten grondslag. Zelfonderzoek, eigen vondsten, persoonlijke gevoelens en gedachten waren uit den

Sluiten