Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een der openbare leeszalen en ten slotte naar het museum (Uffici). Ondertusschen had hij op de Nieuwmarkt zich met enkele gebakjes verkwikt. Beyle eindigde zijn dag in de Via del Cocomero, ten huize van een jonge vrouw uit Bologna, die de min speelsch beoefende. Om negen uur 's avonds begaf hij zich naar zijn logement.

Wie verklaart mij het wonder, dat ik met een innig behagen kennis genomen heb van deze dagindeeling van Stendhal en dat iedere nieuwe bijdrage tot zijn levensbeschrijving mij oprecht genoegen doet; terwijl het uitstallen van Verlaine's zwakheden mij immer tot verontwaardiging en tot verzet prikkelt? En hoe komt het dat men een gedicht van Paul Verlaine tot in de diepste verborgenheden begrijpen kan zonder iets van den dichter af te weten, terwijl men de waarde en het wezen van Stendhal's geschriften alléén maar doorgronden kan, wanneer men den mensch Beyle door en door kent; hem zooals hij reilt en zeilt, met zijn deugden en zijn gebreken, liefheeft en zich aan hem verwant voelt? Elkeen die ontvankelijk voor poëzie is, aanvaardt Verlaine. Maar om Stendhal te begrijpen moet men tot een bepaald menschensoort behooren, moet men „stendhalien" zijn.

Men komt er aldus toe het bestaan van twee kunstenaarstypen aan te nemen. Zij die een levenswerk opbouwen, dat los van den schepper een onafhankelijk leven in de wereld kreeg en dat voor ieder met toereikend vernuft toegankelijk is. En zij wier arbeid uitsluitend om der wille van en in verband met den maker beteekenis en bestaansrecht heeft. Een goed voorbeeld vinden wij in Benjamin Constant, die ons

Sluiten