Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i19

Ik wil niet gaarne in Parijs wonen, omdat ik daardoor mijn reisdoel zou moeten missen. Iedere tocht, die niet op Parijs uitloopt, is een vergeefsche tocht.

i 20

Parijs betoovert mij niet met wat men schoonheid noemt: bouworde, tonaliteit, sfeer, hoe indringend die ook zijn moge; — maar bovenal met wat elke steen aan vreugde en leed vertegenwoordigt. Ik zeg niet: wat een mooi huis; doch: hier woonde Diderot; welke een aangenaam pleintje, doch: hier werd Capet onthoofd.

1 2 1

Het kan zijn dat Parijs, naar de doodbidders melden, en daarmede de Westersche beschaving ten ondergang gedoemd is. Het is zelfs, hoe onwaarschijnlijk het klinken moge, niet a priori uitgesloten dat na X honderd jaar Berlijn een Europeesch beschavingspeil bereikt. Maar dan zal die stad (met enkele schakeeringen van ondergeschikt belang) slechts zijn wat ons Parijs nu is. Zij zal in dat geval dus geleidelijk doch onafwendbaar Panjsch worden.

Parijs, ook al verwoesten de horden het morgen, blijft de actieve factor in het geestelijk leven. Als het Grieksche wezen na de ondergang van de Grieksche wereldmacht de Latijnsche kunst en het Latijnsche leven doordrongen en bepaald heeft, zoo zal van Parijs iedere komende beschaving afhangen. De feiten leeren ons, hoe wij Fransch en beschaafd mogen vereenzelvigen. Men is beschaafd naarmate men

Sluiten