Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's schilders laatste periode gekenmerkt wordt. Zijn persoonlijkheid, welke zich pas volledig en op een zielsbeklemmende wijze zou onthullen in veel later geheimzinnig gemaakte stukken, is in het rethorische doek uit de Tate Galery toch reeds onmiskenbaar aanwezig.

De rechtzinnige cntiek zwijgt over de nieuwe richting van Stanley Spencer, over het werk, dat zijn tegenwoordig levensinzicht vertegenwoordigt en al wat hij voor den handel maakte in belang en aantrekkingskracht overtreft. Als ik het wel heb, werd hij gedwongen uit de Royal Academy te treden, waar hij inderdaad niet in thuis hoort en om te doen vergeten, wat men in een bui van welwillendheid als een tijdelijke afwijking voorstelt, roemt men des te luidruchtiger zijn traditioneele proeven. Ziehier het onoverbrugbaar verschil tusschen twee geestelijke middens. Ware Stanley Spencer franzoos, hij zou wereldberoemd zijn om zijn cynische ontleding van het liefdesongeval. Misschien zou men hem zijn vriendschappelijke natuurtafreeltjes willen vergeven, indien hij kon aantoonen hoe hij door nooddruft tot het vervaardigen daarvan gedrongen werd. Waarschijnlijk zou hij in Parijs zich echter nooit tot die innig beschaafde landschapskunst vernederd hebben.

Stanley Spencer, wiens landschappen zoo aangenaam verkoopbaar zijn, loopt gevaar voor de tweede maal ontdekt te worden. In een huisbakken weekblad als John 'o London, dat het buitennissige en de ontucht, zijnde broertje en zusje, gelijkelijk schuwt, wordt beweerd, dat het geheime werk van dezen schilder behoort tot „the possible gold mines of to-morrow".

Sluiten