Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier voorgesteld, is dit maken van duidelijke en daardoor wat al te elementaire onderscheidingen toch ook weer niet. Wat wij onderscheiden, dat is denken, noemen, staat gelijk met het werk van de pionniers, die moeizaam en door duizend gevaren belaagd, zich door het oerwoud een pad hakken, dat achter hen in een oogwenk overwoekerd, weer verloren gaat. Vóór, achter, op zijde, één ondoorspeurbare veelvuldigheid vol geheimzinnige bewegingen, vreesaanjagende geluiden, waarvan de oorsprong niet te vermoeden valt. Alleen om den onderzoeker heen ontstaat een rond licht, een schoongekapte plek, zijn eigen tijdelijk rijk, dat door de wildernis heroverd wordt als hij eenige meters voort gaat. Zoodra hij bijl en kapmes rusten laat is hij een verloren man, onherroepelijk ingesponnen en verstikt door de ongebreidelde, waanzinnige groeikracht van de natuur, die zijn en ons aller eeuwige vijand is.

Ik weet hoe de mode eischt de rede gering te achten, ten einde met destemeer verwatenheid de onbewijsbare voordeelen van het instinct, de wonderkracht van bloed en bodem in hun wisselwerking, te kunnen aanpraten. Ik weet echter ook dat die veelgesmade rede, hoe beperkt en feilbaar ook, het éénige middel blijft om ons te behoeden voor een ondergang in de vormeloosheid. Zij die bij intuïtie en onderbewustzijn zweren, doen het, ten bate van hun zaak, voorkomen of wij, hun tegenstanders, die zich slechts thuis voelen binnen de perken door het vernuft gesteld, het bestaan en de beteekenis zouden ontkennen van de donkere diepten des levens waar ieder afzonderlijk verschijnsel zijn oorsprong en einddoel in

Sluiten