Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan te verkenen, door mij geschapen en gevoed, maar toch in een duidelijke onafhankelijkheid naast mi] voortlevende: vrijgemaakte dragers van mijn hoop en verlangen. Zij zijn nog geheel van mij en men mag ze toch niet meer met mij vereenzelvigen. En op een gegeven oogenblik verliest men als het toovenaarsmaatje de macht over de spoken, welke men opgeroepen heeft. Het onderscheid tusschen schepper en het geschapene gaat verloren. De rollen worden omgekeerd. De slaaf waant zich meester, de meester voelt zich knecht. Dit eindigt immer met een gebroken illuzie. Wij kunnen niet ontkomen aan de tyrannie van het ik, ook al vluchten wij in de fierste schijngestalten. De wet des levens is onverbiddelijk. Wij kunnen ons van het niet-ik zelfs geen schimmig denkbeeld vormen. Wij kunnen er alleen vaag naar verlangen en dat verlangen is dan nog een uiting, welke door het ik beheerscht en bepaald wordt. Er zijn bedillers, die zoodra zij in eenig geschrift dit woord van twee letters ontdekken, in heilige verontwaardiging losbreken en den schrijver, als narcissus gebrandmerkt, buiten de gemeenschap der deftige altruïsten sluiten. Zouden ze werkelijk niet weten, dat wij nooit iets anders kunnen doen dan onszelf schrijven, schilderen, spreken, toonzetten, dat ieder streven naar objectiviteit een bewust en leelijk zelfbedrog is, waar een eerlijk man van gruwt ? Laten wij het woord ik toch schaamteloos en oprecht gebruiken; het is het beste en waarachtigste van iedere taal. Gunnen wij aan de schijnheiligen hun derde persoon en hun zakelijke mededeelingen die nooit zakelijk en nooit van belang zijn.

Sluiten