Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. OVERPEINZINGEN TE PARIJS

Januari 1959

Er gaat geen dag voorbi] zonder nieuw geneesmiddel voor de kwalen des tijds. Nooit tierden kwakzalvers zoo welig, nooit deden zij zulke goede zaken: leuzen en tegenleuzen, gif en tegengif. Maar de slachtoffers, gij en ik, wij verkwijnen zienderoogen.

En toch schuilt de schuld bij ieder onzer het meest: wij zijn, elkeen op eigen wijze, het slachtoffer van onze goedgeloovigheid. De menschheid heeft, om redenen welke ik hier niet kan nagaan, met een even verbluffende als beangstigende eensgezindheid afstand gedaan van wat eens haar hoogste goed en haar schoonste glorie heette: de gave en het ïecht om te denken en dus te oordeelen. Er was een tijdperk, dat nog niet eens zoo heel lang geleden afgesloten werd, waarin men terecht een diepe minachting toonde voor hen die, te arm voor een eigen innerlijk leven, geloofden op gezag; thans doet men vrijwel niets anders en niets wordt met zooveel nadruk aanbevolen door allen, die deze geestelijke en zedelijke luiheid met de modernste middelen en kennelijk welslagen weten te exploiteeren.

Denken, dat wil dus zeggen, de wil en de macht tot onderscheiden, de begeerte en het vermogen tot kritiek, waardoor de mensch zich niet zonder trots van het dier placht te onderscheiden, is tot een schande geworden, welke de stoutmoedigen met de valbijl of het martelkamp boeten.

Zooeven las ik weer een oproep van eerlijke, goedwillende medeburgers, om zich gezamenlijk te weer

Sluiten