Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten ons doordringen van deze elementaire waarheid, dat kunst een bijverschijnsel van wanorde is. Niet dat die wanorde op zichzelf van groot belang voor het ontstaan van kunst zou zijn, doch alléén de wanorde verzekert den kunstenaars een maximum van verborgen en openbare vrijheid en zonder vrijheid géén scheppensmogehjkheid.

Wanneer men even belieft na te denken, zal men tot de slotsom komen, dat het niet anders zijn kan. Waarde, beteekenis en werking, dat wil dus zeggen het bestaansrecht van een kunstwerk, wordt bepaald door de heftigheid en de ongebreideldheid der gevoelens, de explosieve kracht der gedachten, welke erin uitgedrukt worden. Hoe heviger en ontplofbaarder die zijn, des te minder passen ze in een maatschappelijke orde. Deze veronderstelt onderwerping, gehoorzaamheid aan wetten en overleveringen en dus een volkomen afhankelijkheid van de maatstaven der middelmaat. Kunst daarentegen eischt grilligheid, dwaasheid, dartelheid, moedwilligheid, oneerbiedigheid. Kunst is, ook al denkt zij er niet aan zich onder dat motto aan te dienen, altijd revolutionnair.

Maar de kunstenaar is behalve kunstenaar ook mensch in biologische zin en hij heeft de begeerte zich staande te houden: hij moet eten, zich kleeden, zich verplaatsen. Het daarvoor benoodigde geld moet hij verdienen in een wereld, welke hem grondig antipathiek is of verkrijgen uit kapitaalbezit, dat hem nog oneindig meer aan het bestaand bestel bindt, dan welk baantje ook. Vandaar een gespletenheid, waar géén kunstenaar aan ontkomt dan in den vnjwilligen dood. De schilder moet, om zich te handhaven, por-

Sluiten