Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Ja, 200 zijn die kenners en minnaars der kunsten!"

— „En de ander staat er op, dat ik doorga in een opvatting, welke ik juist verliet, omdat deze niet meer met mijn innerlijke behoeften in overeenstemming was. Hij beweert, dat alléén het werk in die geest vervaardigd, kans heeft het publiek te bereiken."

— „Ja, zoo zijn die kooplieden!"

— „U begrijpt niet half, hoe moeilijk het is een besluit te nemen. Ik ben, eerlijk gesproken, mijn armetierigheid (welke in laatste instantie toch ook afhankelijkheid beteekent) een beetje moede. Ik ben er beu van elke cent tien keer te moeten omdraaien, te ploeteren op doeken waar niemand ter wereld (behalve de enkele vrienden) belangstelling voor toont en welke de meeste menschen nog niet ten geschenke zouden willen ontvangen.

Ik wil geregeld en voldoende voedsel tot mij kunnen nemen en niet langer gedwongen worden met zolen als een zeef over de natte straten te slieren. En een gloeiend potkacheltje in mijn werkplaats behoort tot mijn liefste wenschen.

En weet u, waarom ik naar een verbetering van mijn staat hunker? Niet alléén omdat ieder mensch, zélfs een van de verschoppelingen die kunstenaar heeten, aanspraak maakt op een minimum van levensgenot; doch voornamelijk, omdat ik aan den lijve gevoel hoe, door een schamel en schichtig bestaan, mijn werkkracht en werklust en daardoor de waarde van mijn werk verminderen."

— „Je voelt er dus wel voor om het contract te teekenen en de opdracht uit te voeren."

— „Ik denk er niet over!"

Sluiten