Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zich zelf bewaren wil, maar één houding: die van het Afwijzen. Wie de vrijheid werkelijk liefheeft is in wezen en hartstochtelijk anti-maatschappelijk, geheel afgescheiden van het maatschappelijk stelsel waaronder hij leeft. Alle stelsels verafschuwt hij gelijkelijk. Hij zal onder het keizerrijk de republiek verheerlijken, om zoodra deze bestaat er tegen in opstand te komen uit naam van een nieuw ideaal.

Vrij-zijn beteekent consequent en principieel tegende-keer-in-zijn; alleen reeds omdat het ondraaglijk is zelfs het onooglijkste en bezoedeldste ideaaltje met de massa gemeen te hebben.

Wij moeten dus niet zeggen: ik ben tegen dit of dat bewind, tegen dit of dat beginsel. Wij zijn tegen elk bewind, op welke ideologie het ook gebouwd zij, tegen iederen bewindsman, hoe aantrekkelijk hij als mensch ook wezen moge; en tegen alle beginselen, zoodra ze de gelegenheid krijgen om zich in de practijk des levens te verwezenlijken. Het komt er niet op aan waar we tegen zijn; het is alleen van belang tégen te zijn. Het is om het Protest te doen en de waarde van den mensch wordt bepaald door de verbetenheid en de hardnekkigheid waarmee hij protesteert. Deze hartstochtelijke tegenspraak is een noodzakelijk nevenverschijnsel van elk waarachtig idealisme; want elk ideaal verliest voor den oprechten idealist alle waarde en bekoring, zoodra de buren er zich meester van maken en het in hun werkelijkheid trachten door te voeren. Hoe inniger wij een ideaal beminnen des te vuriger verzetten wij ons tegen de karikatuur, welke de samenleving er altijd van maakt en, door haar aard, van maken moet.

Sluiten