Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou hem daar dankbaar voor behooren te wezen en ik ben het niet, omdat de opvatting van zijn pleidooi en de klank van zijn stem mij tegenstaan. Zelden bleek mij zoo overtuigend hoe de waarde van denkbeelden in hoofdzaak bepaald wordt door de kracht en de zuiverheid van den mensch, die ze voorstaat. Is het niet natuurlijk, dat meeningen welke mij dierbaar zijn alle aantrekkelijkheid voor mij verliezen zoodra mij blijkt, dat een ijdeltuit ze op een onaangename wijze met mij deelt? Daarentegen blijkt een loyale en vernuftige geestdrift voor overtuigingen welke met mijn wezen in strijd zijn, in staat mij te bekoren en tot welwillendheid te dwingen. Wanneer ik mijn idealen door Duhamel onder woorden gebracht onder de oogen krijg, bevangt mij plotseling een schrik: ik begin te twijfelen aan de juistheid van mijn inzicht, omdat ik er bezwaar tegen heb het met hem ééns te zijn. Is het mogelijk, vraag ik mij af, dat gedachten en gevoelens, welke ik tot nu toe juist en goed achtte, aanleiding kunnen geven tot dit huichelachtig geteem, deze wereldschuwe ijdelheid. Het lijkt mij onmiskenbaar dat Georges Duhamel zich uitsluitend over het leed van de menschheid heen buigt, om een mogelijkheid tot zelfverheerlijking te scheppen: hij staat van de eerste tot de laatste bladzijde op zijn breede mannelijke borst te kloppen en roemt daarbij, openlijk en indringend, zijn onafhankelijkheid, zijn eerlijkheid, zijn vergevensgezindheid, zijn vredeswil, zijn hooge roeping als boekenschnjver en zijn verheven Europeeërschap, dat hem niet belet een voorbeeldig Franschman te zijn. Het is best mogelijk dat Georges Duhamel zich in het bezit van deze en nog tal van

Sluiten