Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen was Rijswijk, thans een stuk van Den Haag, nog een echt dorp) en Albert Verweij. Het is hier niet de plaats om uitvoerig te verhalen wat Albert Verweij in Penning's leven beteekend heeft. In zijn omgang met Penning heeft de Noordwijksche kluizenaar zich een warm, offervaardig, vindingrijk vriend getoond, een vriend zooals er maar, helaas, héél weinig zijn. En de ontmoeting van Penning en Verweij op dien middag heeft alle aanwezigen die in staat waren om er de strekking van te doorgronden, een ontroering gegeven, welke in den loop der jaren niet uitgewischt is. Ik heb voor den mènsch Verweij, dien ik persoonlijk maar weinig gekend heb, een onwankelbare vereering, welke op dat momentgebaseerd is: op wat hij voor Penning gedaan heeft, en, méér nog, geweest is. Des avonds vereenigde de familie zich aan een gemoedelijk feestmaal, waar als eenige „buitenstaanders" Boeken, Bloem, Van Krimpen en ik mede aanzaten. Niets ontbrak aan de goede stemming. Zelfs niet de gelegenheidssonnetten van Boeken, die aan het dessert voor den dag kwamen, toen we ons al ongerust begonnen te maken, dat hij ze vergeten zou hebben. Hij was zoo verstrooid.

Heel kort daarna kreeg Boeken gelegenheid om nog eens twee gelegenheidssonnetten voor te dragen: dat was aan Penning's groeve.

Op het oogenbhk wordt het levenswerk van Penning verwaarloosd. Men heeft andere idealen en andere bekommeringen. Maar deze poëzie wint er bij met een jaar of wat in de vergetelheid te wachten. De herontdekking van deze beminnelijke, innige, doorgloeide rijkdommen, zal er des te heerlijker om zijn.

Sluiten