Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoende als bron voor de kenners van dezen mensch; en aan den anderen kant is het een genoegen om wat mede te deelen over een zoo aangenaam en boeiend man. Ik zou kunnen verhalen van zijn huiselijk leven, van de gastvrijheid, de lieve zorgen en de goede tafel van mevrouw Van de Woestijne; ik zou kunnen vertellen van zijn luimige invallen, wanneer hij bij feestelijke gelegenheden los kwam en zich liet gaan.

Maar ik geloof, dat ik het hier maar bij laten moet. Men heeft een vluchtigen indruk van de levenswijze en den persoon van den dichter. En voor het overige moet men, wil men méér van hem, wil men het essentieele van hem, leeren kennen, zijn toevlucht nemen tot het oeuvre:

„Gij zult mij allen, allen kennen,

Maar 'k zal voor allen duister zijn. ..."

ie ★

*

Kort na Van de Woestijne's dood publiceerde de heer Eeckhout een boekje met herinneringen aan den dichter en dat was een zielig boekje. Aan de allerbeste bedoelingen van dezen auteur mag men geen seconde twijfelen. Hij heeft innig en oprecht van den mensch Van de Woestijne gehouden en hij bewondert op zijn manier ook diens oeuvre. Maar uit zijn geschriften blijkt overduidelijk hoe hij én van den man én van het werk een kinderlijke opvatting heeft, welke wi) met den besten wil van de wereld niet kunnen aanvaarden. Bovendien schrijft hij zoo onbeholpen, zoo

Sluiten