Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

banaal, dat hij niet in staat is ons van wat ook te overtuigen.

Wat hebben wij nu toch aan een Van de Woestijne, toebereid voor het patronaat? De heele bedoeling van Eeckhout's schrijverij, voor zooverre er een bedoeling in te ontdekken valt, is om ons te doordringen van de katholiciteit van deze poëzie en den maker. Nu staat het vast dat de persoonlijke uiteenzetting met het katholicisme in Van de Woestijne's ontwikkeling een belangrijke, welhaast overwegende plaats heeft ingenomen. Maar ten eerste was die uiteenzetting iets zeer ingewikkelds, een marteling, een subtiel spel van aantrekken en afstooten, geenszins het argelooze verloop ons door Eeckhout al te eenvoudig geschetst; en ten tweede waren er toch nog wel andere elementen m dit bestaan, elementen van een zoo bittere wereldschheid, dat wij er nu nog de beklemming van om het hart gevoelen; en aan die elementen, wezenlijk voor de kennis van Karei van de Woestijne, gaat Joris Eeckhout stilzwijgend voorbij.

In deze inleiding heb ik Karei van de Woestijne niet herkend. Het is of men hem mij toonde door een omgekeerden tooneelkijker, heel klein, belachelijk klein, en eindeloos ver. Alles wat grootsch en wild aan deze figuur was, is in de beschrijving van Eeckhout verdwenen. Van hartstocht en zonde is geen sprake meer; van twijfel en opstand evenmin: het werk van Karei van de Woestijne, met een wierooksausje, eetbaar gemaakt voor de katholieke jongelingschap van Vlaanderen. Bah!

Overal is de uitlegging van Eeckhout even laag-bij-degrondsch, even wezenloos. Hij geeft bij een onge-

Sluiten