Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is een aanfluiting. De brochure (van ongeveer honderdvijftig bladzijden) is, geheel tegen de bedoeling en de wil van den schrijver in, een bespotting van Karei van de Woestijne geworden. Het is onmogelijk dit te verzwijgen, ook al weet men dat Eeckhout er door gegriefd wordt en al zou men Eeckhout zoo gaarne — omdat hij een vriendelijk en nobel man is — iedere teleurstelling besparen. De bewondering van dezen exegeet-van-de-koude-grond voor het werk van Van de Woestijne is door en door echt, zijn liefde voor den mensch was eerlijk, gaaf, diep, zijn verlangen om diens nagedachtenis te dienen is onaantastbaar; en toch maakte hij dit slechte, dit belachelijk slechte boek, waarin alleen de vele afbeeldingen waarde hebben. Want helaas, ondanks dit alles, zijn Eeckhout's verstand, noch zijn intuïtie, noch zijn menschelijke stof, noch zijn kennis voldoende om een werk als hij heeft opgevat tot een goed einde te brengen. Wij voelen het tragische van dit geval volkomen, en ons medelijden met den auteur, die het grootsche zoo hevig wil zonder de gaven te bezitten om het te benaderen, is oprecht. Maar Karei van de Woestijne werd het slachtoffer.

Het is de taak van de kritiek Karei van de Woestijne te verdedigen tegen bewonderaars als Joris Eeckhout. Er is dus niets aan te doen. Het hooge woord moet er uit: „Een Inleiding tot Karei van de Woestijne", door Joris Eeckhout is een onbeschrijfelijk en niet te verontschuldigen lor, Van de Woestijne in elk geval en in elk opzicht onwaardig.

Sluiten