Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woestijne op zijn doorzichtigst, op zijn edelst en eenvoudigst. De overdaad, welke veelal in de eerste periode den indruk schaadde, het woordenspel dat ons, vooral nü bi] herlezing, weieens hindert, heeft hij hierin volkomen laten varen. Het is alles zoo direct en simpel, als hij zich eigenlijk maar uiterst zelden toonde vóór „Het Bergmeer". Voor mij persoonlijk behooren deze vijf Liederen tot het allermooiste van Van de Woestijne's werk, waarmee ik geenszins te kennen wil geven dat de andere gedichten, welke dezen bundel uit de nalatenschap vormen, niet mooi zouden zijn.

Een enkel citaat is voldoende om dat te doen erkennen :

Laat uw trage wake duren tot de haarden zijn gebluscht:

slechts naast goed-gedoofde vuren slaapt men vroom in veil'ge rust.

Vreest gij, dat ge bij 't ontwaken licht van koude rillen zult:

voed de vlamme in u der bake,

niet te dooven, van 't geduld.

Men ziet het, er zijn eveneens prachtige strophen bij, maar zij zijn gehéél in den toon van dien tijd, terwijl de „Liederen voor een Kind" als iets zeer bijzonders, als een blijde verrassing, daarbuiten vallen. De nalatenschap van Van de Woestijne bevat ook proza, en in tegenstelling met wat ik over de poëzie zeide, zal er hier nog onnoemelijk veel buitengewoon belangrijks te ontdekken vallen. Het dichterschap van

Sluiten