Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V

Frans Coenen

De burgerstand verkondigde eensgezind de meening, dat Frans Coenen een zure man was. Terecht, want al wat immer des burgers is boezemde hem afkeer in en de fraai bemantelde laagheden, dien lieden eigen, prikkelden hem tot spot. En zoo vormde zich een legende om Coenen, waar zijn wezen weinig mee gemeen had. Alleen zij die zich door den schijn niet laten leuren, ontdekten achter zijn grimmigheid een bedeesd gemoed, van nature tot vriendschap en vertrouwen geneigd, maar dat, te dikwijls bedrogen en te diep bezeerd, zich leerde beveiligen achter dien vorm van gezond verstand, waar de geringen doodsbang voor zijn en waaraan zij den naam cynisme geschonken hebben. Allen die het kleine spel van maatschappelijke en staathuishoudkundige leugens niet meespelen, heeten cynisch en worden buiten de goedverwarmde gemeenschap der weidenkenden gestooten. Frans Coenen bevond zich daar opperbest bij en hij schepte zelfs een duidelijk behagen in zijn dubbelleven: hoofdambtenaar en dus een eerbiedwaardig man; en daarbij onder mijner van alle vooroordeelen en dus van het Gezag, dat nooit anders dan een agressief vooroordeel is.

Men zei, dat niets hem heilig was en hij maakte van de vriendschap een cultus. Deze beeldenstormer, waar het deftige deel van de lezers van De Groene het zelden of nooit mee konden vinden, omdat hij niet schroomde hun geliefdste leugens aan te tasten, wist met teederheid over het verleden te spreken, dat

Steenen voor Brood i j

Sluiten