Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dige en uitgebreide kennis, en toch kan men zich hem niet voorstellen als practiseerend arts, met het geduld, de zindelijkheid en het pharizeïsme, welke daarbij onvermijdelijk zijn. Hij paste niet in het huwelijk, hij paste niet in een vriendenkring en hij paste niet in het letterkundig leven.

Zijn innerlijke onvrede, zijn kwade buien, zijn schuwheid en zijn achterdocht, maar vooral zijn lyrisch dynamisme, maakte dat hij altijd alle afspraken verbrak, alle verhoudingen scheef trok. Hij was een zwervende catastrophe, welke overal schade achterliet. Hij was in een voortdurende beweging en hij duldde geen karakteristiek. Heden toonde hij zich beminnelijk en een aangenaam prater; morgen mokte hij in een norsch zwijgen; nu werd hij vertrouwelijk en gaf zich zonder argwaan, dan, door een redeloos wantrouwen bezeten, was hij er slechts op uit om te grieven en af te stooten; de eene maal wist hij te waardeeren en een zuiver oordeel op te bouwen, een anderen keer smaalde hij in dolle verblinding op al zijn tijdgenooten. En wanneer hij in volle oprechtheid de litteratuur vervloekte, belette hem dat niet om op zijn tijd zeer gevoelig te zijn voor de kleine streelingen der ijdelheid, welke de letterkunde zoo nu en dan biedt. In Slauerhoff was alles aanwezig: het allerhoogste en het allerlaagste, en deze elementen mengelde hij zoo wild dooreen, dat zijn dagelijksch leven er barokker nog dan zijn poëzie door werd.

Het is zelfs na zijn dood niet mogelijk om aan J. Slauerhoff een plaats in de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde aan te wijzen. Hij heeft zich,

Sluiten