Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KEATS AND SHELLEY AND "DE BEWEGING VAN TACHTIG"

only be by going back to England's most young and eager poets, to Shelley and Keats, whose superiority of mind and spirit, whose amazing intensity of feeling, so long neglected or abused, was now triumphing over every critical obstacle. And when in Shelley and Keats — the latter more especially — he found the exact sources of stimulation he had been seeking, it was as if a miracle had happened in Holland. Often in the past England had been called to its rescue, but never perhaps so deliberately and determinedly as at this moment. French Naturalism was in the air; "maar," says Frans Coenen, "die nieuwe Fransche geest was volstrekt niet de eenige of voornaamste stimulans van het nieuwe Holland. Er bestond een andere groep, die haar inspiratie van gansch andere zijde kreeg... ook al ten bewijze hoe hier een eigen vlam te branden aanving, die zijn voedsel overal vinden kon. Werden de prozaschrijvers, de zich meer episch voelenden, door prozaisten beïnvloed, de lyrische naturen volgden uitteraard eerst vreemde dichters, zulken die een gelijkgestemden geest tot uiting brachten. En dat waren niet de gelijktijdige Franschen, doch de begin-eeuwsche Engelschen, de dichters van de lake-poetry; Shelley, Keats, Wordsworth." 1 In the fullness of the tribute the oddness of the grouping may be overlooked; just as Dr Stuiveling, in speaking of Keats's "geniale vriend Shelley", 2 seems to use a curiously inappropriate term. The chance might be taken here, indeed, to refer to the almost invariable habit of the Dutch critics to link the names of Keats and Shelley together, as though they formed one single, compelling influence. Dr Dekker alone proves anything of an exception in this respect, and might almost, in fact, be said to swing round to the opposite extreme. "Elke bespreking van Keats en Shelley," he notes precisely enough, "moet as uitgangspunt neem dat hulle romantisie is — Shelley is die supreme uiting van die hyge naar vryheid en

1 "Studiën van de Tachtiger Beweging," p. 15.

2 "De Nieuwe Gids als Geestelijk Brandpunt," p. 23.

10

Sluiten