Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KEATS AND SHELLEY AND "DE BEWEGING VAN TACHTIG"

deelgenoot zou zijn geworden".1 And Verwey, though one of his most prominent admirers and successors, is able to write: "Wel hadt ge gelijk, waarde vriend, toen gij opmerkte dat Jacques Perk nooit 'De Nieuwe Gids' zou hebben opgericht. De dichter die het eerst met een nieuwe verbeelding komt ziet niet het eerst haar beteekenis voor de letterkunde en de samenleving. En al ziet hij die-, het is niet gezegd dat hij de strijd ervoor begeert. Het nieuwe leven komt in hem tot deze ééne openbaring: de verbeelding. In al het andere zal hij mogelijk nog een aanhanger, zoo niet een vertegenwoordiger van het oude zijn." 2 Beyond this my own impression is that, with the aid of his imaginative power, he would have attempted a better fusion of the somewhat dissociated elements of Romanticism which he was so hurriedly called upon to assimilate. It may be, of course, that he would have caught further the taint of that morbid selfconsciousness which is the corruption of Romantic individualism. But I have the feeling that it would have been otherwise, and that he would have completed his education in Keats and Shelley; striving through the former to make the visionary scheme more concrete and vivid, and through the latter to heighten his musical genius by a lighter handling of the lyric in the more genuine song. Inseparably his name is linked with theirs: Keats, Shelley en Perk, zijn zij ook niet alle drie vergoddelijkers van de Schoonheid, alle drie zulken geweest als de goden vroeg tot zich nemen omdat ze zoo liefhebben?"3 Already, at twenty-one, he had "outsoared the shadow of our night", but also ensured that his name would endure in Holland as imperishably as theirs in England:

"He came; and bought, with price of purest breath,

A grave among the eternal."

1 "De Nieuwe Gids," 1931 II, p. 543.

2 "Proza," I, p. 49.

■■ Verwey, "Inleiding tot de Nieuwe Nederlandsche Dichtkunst, p. 39.

Sluiten