Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUTCH POETRY AND ENGLISH

ziel Willem Kloos was, heeft eene geestelijke omwenteling beteekend, waarvan wij de goede vruchten nog heden genieten. Zij heeft aan de letteren vrijheid verschaft, zich zelf te zijn, èn het fundament gebouwd, waarop een rijke bloei der taalkunst öp kon rijzen. Latere geslachten kunnen wellicht niet eens ten volle beseffen, hoe onmetelijk groot deze cultuurdaad geweest is." 1 The memory of that magnificent early Preface, leading inevitably to "De Nieuwe Gids", was to be ineffaceable. Even Verwey, with more excuse to slight a scheme of poetics which he considered himself to have outgrown, finely concedes that "in dit proza had de poëzie-vergoddelijking van de jonge dichters haar strijdbare uiting gekregen". 2

In considering now in what way Kloos guided the poetry of his country into new and hitherto unexplored channels, we might glance again for a moment at the earlier 1837 'Renaissance'. The motives of Potgieter or the vast learning of Huet can never, I hope, be called in question. But the former did, undoubtedly, defeat a large part of his object by having to support his case by masses of learned allusions couched in a most ponderous language. It is always as though we were being set a series of academie exercises from a professorial chair. And with Huet we might go so far as to suggest that this chair at times assumed the appearance of an actual pontifical throne. "Vooral in de kritiek," perspicaciously recognizes Professor Prinsen of the "Beweging van Tachtig", "openbaarde zich een groot verschil met de generatie van '37"; and when he proceeds to declare that "de intellectueele kritiek van Potgieter en Huet moest plaats maken voor de gevoelskritiek," 3 he seems to strike right at the root of the matter. For his technically ingenious exercises Potgieter claimed the name of art; but it was in the main the display merely of a

1 "De Nieuwe Gids," 1938 I, p. 411.

2 "Inleiding tot de Nieuwe Nederlandsche Dichtkunst," p. 47.

3 "Geïllustreerde Nederlandsche Letterkunde," p. 252

Sluiten