Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DUTCH POETRY AND ENGLISH

stand, welks aanleiding in alles kan gevonden worden, en die zijn uiting zoekt in lijnen, kleuren en tonen, dan doet men wellicht het best, zich aan de definitie te houden, die de fijne Leigh Hunt eens gaf: 'Poetry is imaginative passion.'" 1 Before long, of course, he was to be fascinated by other and greater English definitions, for clearly here was a poet-critic fashioned in the image of Shelley himself. There was never the slightest danger that the Kloos of the 'eighties would become a subscriber to the decadent 'Tart pour lJart" ideas of the French Varnassiens, his own "kunst om de kunst" doctrine, indeed, was advanced against these very tendencies. With Kloos it betokened no cult of form merely; art had but one primary function — the creation of beauty. And next to that he placed goodness and truth, being ever Dutchman enough to permit an underlying ethical or philosophical purpose. "Een zingend mensch," he made clear, "moraliseert niet, noch redekavelt, een zingend mensch is, blijkens zijn zingen zelf, dat uiting geeft aan een verhoogde geestesstemming, in een toestand, dat hij vóór alles ziet en voelt. Ja, zelfs als hij gedachten zegt, heeft hij die gedachten anders doordrongen dan de enkele denker doet. Ze zijn als levende, bewegende wezens voor hem geworden, die uitdrukkingsvol van geluid en van doen en van wezensnuance, komen te staan en te gaan in zijn vers." 2 Kloos' dictum that "kunst moet zijn de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie 3 is, unquestionably, the most notable of all his purely personal pronouncements about poetry. Upon its elucidation more intellectual energy, I fancy, must have been expended than upon any other statement in the entire range of Dutch literary theory; and even yet I am not certain that the golden key has been discovered by which the wonder box of the new poetics may be unlocked and its supposedly ultimate secret revealed. Critics like Dr Haighton have argued

1 Vide V.

2 "Letterkundige Inzichten en Vergezichten," Vol. I, p. 31.

Sluiten