Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebonden. Zulk een dienstverband of vriendschapsband had voor hen geen waarde. Doch Willibordus streeft nog meer naar het beeld van zijn vader, want was zijn vader er vroeger op uit getrokken om in dienst van zijn vorst de vijanden te bevechten en diens rijk te vergrooten, zoo wilde ook hier de zoon niet achterblijven. Het reeds genoemd ideaal der leren de z.g. „peregrinatio pro Christo", bood hem hiertoe gelegenheid en zoodoende is het heel verklaarbaar, dat hij de gelegenheid zocht, voor Christus te velde te trekken en zich bij zijn overste aanbood, om naar de Friesche missie te vertrekken, die Eg bert zoo na aan het hart lag. Vooral zal hem dit werk hebben aangetrokken, nadat de pogingen van Egbert en Wigbert waren mislukt. Zoo zien we dus, dat — voor zooverre wij kunnen nagaan — het leven van den H. Willibrordus zich langs de banen der geleidelijke ontwikkeling tot dat van een missionaris ontplooit, die door een heilige liefde en een brandend hart wordt' getrokken, om zijn leven in dienst der geloofsverkondiging te stellen. Hij is uitgegroeid tot een krijgsman Gods, die tot groote daden is bereid. Men ziet: een volkomen harmonische jeugd, die niet automatisch een heiligheid insluit, maar deze zeer sterk aankweekt. Hoe geheel anders is de jeugd van een Augustinus of van een Franciscus. Bij Augustinus speelt de vader in het geheel geen rol en is het zijn christelijke moeder, die haar zoon met moederlijke zorg omringt. Hij is van een lichamelijke constitutie, die zich onder de heete stralen der zuidelijke z'on spoedig tot rijpheid kon ontwikkelen. Hij heeft afkeer van studie en zoekt met slechte vrienden het zingenot en andere wereldsche genoegens. Hoe zijn de ,,bekentenissen", dat verheven loflied op Gods vaderlijke barmhartigheid, gevuld van berouw over de zonden zijner jeugd. Hij is een zoeker naar de waarheid, die van een christelijken levenswandel nooit had gehoord en die dank zij zijn scherp verstand de dwalingen van de eene philosophische schöol achterhaalt, Om in het volgend oogenblik een andere dwaalleer met evenveel hartstocht aan te hangen als waarmede hij de eerste had verworpen. Hij verzet zich eerder tegen de genade der bekeering tot het Christendom als zich daaraan over te geven, omdat daarmede ook het offer van „den nieuwen mensen van hem werd gevraagd. Wanneer hij bisschop Ambrosius van Milaan leert kennen, ontstaat tusschen hen niet die vriend-

Sluiten