Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tjalling wil niet naar bed. Hij zou niet kunnen slapen. Morgen gaat men Jarig begraven. Er zijn geen familieleden behalve de weduwe, den jongen —• Ekke heet hij —1 en Tjalling Wychmans, den broer. Misschien komen er een paar buren mee. Het zal snel afgelopen zijn. Tjalling wil waken bij Jarig, dien hij teruggevonden heeft in dit vreemdsoortige fijnkerkse dorp, waar men het Fries anders spreekt, waar de grond wreed moet zijn en de hemel dieper dreigt. Tjalling heeft trachten te praten met Regina, ondanks zijn hakkelige beklemdheid, zijn smartelijke schroom. Hij voelt de vijandschap van haar houding loeren, zij is niet oprecht. Alles zal hij nooit te weten komen, maar hij neemt gretig aan, wat ze hem vertellen kan. Een stokkend lang gesprek, tot in de avond. Tjalling heeft vernomen, wat er met Jarig gebeurd is, sinds die in de venen belandde. Wat daarvóór was, weet Regina Zwanenburg immers zelf niet. Ze weet alleen, dat Jarig doodarm was, toen hij met Karei Zwets in de veenpolder kwam. Maar de naam Karei is niet genoemd, en ook over het socialisme zegt Regina niet veel; ze vermoedt met vrouwelijke scherpzinnigheid, dat deze boer niets van Domela en Van der Zwaag wil weten. En Regina noemt de naam Karei niet om nog andere redenen — zelfs in haar gedachten bestaat hij niet meer. Regina heeft nieuwe plannen. Ze ziet, dat de broer van Jarig welgesteld is. Daarom en daarom alléén duldt ze hem hier, op de begrafenis. Hij zal haar kunnen helpen. Blij is ze, dat ze geen bed voor hem hoefde te spreiden. De zwarte ranke vrouw met de onbetrouwbare ogen en het buigzame lichaam denkt aan de toekomst, waarbij deze oude duitendief haar van dienst kan zijn. Vrij zijn wil Regina Regina voelt zich al vrij, nu Jarig dood is. Bang voor de komende jaren is ze niet. Ze heeft geen zorg, ze weet, dat ze sterk is, door haar uiterlijk, haar tengere andersoortige vrouwelijkheid. Maar Ekke moet eerst weg... Daarom heeft ze tegenover den stunteligen onbehouwen woudkerel gezeten, en gesproken over het verleden uit de polder, dat ze zelf graag vergeten wilde. Die Tjalling Wiarda is daar onlesbaar nieuwsgierig

Sluiten