Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regina's gedrag, en schuifelt door de smalle gang naar het achterhuis. De lome warmte van een roodgestookte potkachel omstroomt hem weldadig, als hij op een stoel aan de tafel neerstrijkt. Hij voelt nu, hoe moe hij is, zijn kleren persen hem aan alle zijden, de bretels schuren zijn schouders wond onder het dikke lakense vest, de nachtwake heeft hem verstijfd en zijn lichaam uitgeput. Op het zeildoek van de tafel ligt de vochtige vaatdoek. Tjalling veegt zich met het vod over het gezicht, hij voelt het raspen van zijn baardharen tegen de kleffe doek. Warmte, brood. De thee met suiker aanlengen, slorpen, een golf van verzadiging gaat door hem. Buiten hoort hij de bezem neerzetten. Ekke heeft een voetpad geveegd rondom het huis. De voetstappen van den jongen verdwijnen in de schuur, voer-emmers rinkelen, een meelvat wordt opengeklapt; Tjalling herkent die doffe houten slag. Hij eet haastig het gesmeerde brood, dik roggebrood met nagelkaas, verzwelgt nog een kop thee en schiet in zijn klompen, die aan de drempel staan. De kilte is al weg, zijn bloed stroomt weer.

Bij de koeien op stal is Ekke bezig. Zij begroeten elkaar. Hij kan aan den jongen zien, dat hij gehuild heeft. Het is een hoog opgeschoten jongen, deze jongste Wiarda, die verlegen langs zijn pas ontdekten oom loopt; een jongen in de haastige slordige groei, met dunne polsen en enkels uit fladderende kielmouwen en gerafelde broekspijpen, met een magere gespierde hals boven de platte rand van de kiel. Zijn bruine krullen staan wild uit achter de oren, zijn handen zijn al hard van het harde werk. Tjalling heeft een onverwachte vertedering voor den zoon van Jarig. Hij knikt hem nog eens toe. Hij weet niet, wat hij tegen zo'n kind zeggen moet dat zijn vader verloren heeft, hij monstert verlegen de staldieren. Niet kwaad voor een melkrijder, die weinig tijd zal hebben voor het bedrijf. Tjalling's zekerheid keert ietofwat terug, hier is het althans veiliger, Regina daarginds brengt hem in hulpeloze stemming.

— Ken ik nog wat doen? vraagt hij.

Sluiten