Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zei geen woord. A£ en toe veegde ze zich langs de ogen met een zakdoek, die ze in haar hand verfrommeld hield. De benauwenis groeide kwellend.

De komst van den dominé —• hij landde met hulp van een stok over het ijzelig pad —• werd eei# teken van algemene opstand. Knieën kraakten, de oude man met de oorknopjes zuchtte lang en diep. De vrouwen vervielen in een lamenterend begroeten van den herder, de mannen trokken stom aan de stijve klep van hun pet. Tjalling voelde de lange magere handdruk van den dominé, de onderzoekende lichtblauwe blik; de Bedienaar van het Woord was niet minder nieuwsgierig dan de buren van Regina, maar hij was het minder opvallend, en men zag, dat hij zijn vragen tot later bewaarde.

Regina stond bij de deur. Ze streek haar japon glad met een korte beweging, en maakte een hoofdknik in de richting van de pronkkamer.

— Hier ligt Jarig, zei ze, als een bevel, dat men volgen moest. En ieder begreep het, en schuifelde, de dominé voorop, naar het voorhuis, om een laatste blik op den dode te werpen. Met de huiverige wreedheid der overlevenden zei ieder er het zijne van.

— Vreeslijk, wat een slag moet hij hebben gemaakt...

— En ouds ziet hij d'r uit, een zwaar leven.

Verstolen blikken gleden langs Regina.

— Tien jaar met de melkwagens op en neer. "Weer en wind...

De dominé stond aan het hoofdeinde van de kist, hoog opgericht. De strenge, heldere ogen keken over de aanwezigen heen naar de onbeschutte witte vlakte, die naar de rijksstraatweg afgleed, en waar een zwerm bonte kraaien in verre scherpe rukken neervluchtte. Daarop vouwde hij de smalle handen. De mannen ontblootten de hoofden. Zij stonden met gebogen schedel rondom het laatste houten bed van den pikeur. De gouden oorhangertjes van den visserman trilden aan zijn oud hoofd. Tjalling nam ook de zijden boerenpet werktuiglijk af; er werd immers gebeden. Maar het was, alsof deze dominé een onbekende taal sprak. Tjalling verstond de woorden, maar

Sluiten