Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijen zich de getallen weer als machten in een slagorde. Het is de feilloze toekomst van Herre Tjallings Wiarda. En als Reinou hem ten slotte, wat kortaf, iets vraagt, schrikt hij verwonderd en geprikkeld wakker in een nog dralend heden. Hij gaat vroeg naar bed, na een vluchtige blik in de krant, die de buurman bezorgd heeft. Hij gooit zich wel twintigmaal om in de benarde bedstede. Zijn plannen ontsnappen hem in het duister, alsof ze een leven willen leiden voor zichzelf, door het donker groeien ze overweldigend, hun razernij beangstigt hem eensklaps, ze zijn als paarden, waarover men de heerschappij verliest. Belachelijk en gevaarlijk, dit plannen maken, zo zegt iets in hem; —■ wees voorzichtig, het is tien tegen een. — M.aar er is een andere, oudere, harde stem, die de nachtmerrie bezweren wil, het spoken van de vrees en de twijfel en de koorts terugjagen: Industrie, industrie. —■

Er wordt gevochten in de half slapende, half wakende geest van Tjalling's oudsten zoon, en hij is dof en door de tegenstrijdigheden van zijn twijfel en zijn wil vermoeid, als hij ontwaakt. Maar de stem, die spreekt van volharding en macht, is de sterkste gebleven: als met geheim vuur is het plan van de fabriek geklonken aan de gedachten van Herre Tjallings Wiarda, en hij weet, dat zijn leven zich weer zal richten naar de onwrikbaarheid van een stoutmoedig doel.

II

Het beeld van het bakstenen gebouw op het gruizig terrein, met de gehaaste arbeiders, de wachtende schepen, het gieren der karretjes, verdween allengs uit Herre's verbeelding, en liet zich niet weer in dezelfde nadrukkelijkheid en kracht oproepen. Maar het denkbeeld: eigen heer en meester van een groot bedrijf te zijn, begon Herre's denken sinds die Aprilmorgen in het geheim te richten; het woelde zich, na de schok en de ontdekking der inbezitname, rustig en hardnekkig vast in zijn bestaan, joeg niet meer op, maar werd een overtuiging; en er was vrijwel niets meer, dat geen verborgen samenhang had met dit plan.

Sluiten