Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was een coupé vol mannen in hun beste lakense pakken; de vrouwen zaten in de aangrenzende; hun harde stemmen, die zij nooit temperden —1 om 't pven, of ze binnenshuis waren of ver in het open veld — sprongen schel over het beschot. Herre zoog nadenkelijk op zijn sigaar, toen hij een lachen vernam, dat een paar maal weldadiger straalde tussen de felle geluiden. Hij herkende die lach, en hij wist ook weer, dat de vrouw van die stem op het perron was ingestapt... hij had ze voorbijgaand gegroet. Boukje Durks, de rijzige montere Boukje, met wie hij —• hoe lang geleden? —1 een kleine vrijage had gehad; ja, dat was na een toneeluitvoering geweest. De liefde had hem toen niet bevallen; was hij te verwend geweest in die dagen? Hij wist het niet meer. Nu, met een kermisvooruitzicht, in de ontspannen kracht en het welbehagen van de gedane zware zomer, bekroop hem onverhoeds weer de oude lust. Herre luisterde, Herre liet zijn sigaar zelfs een keer uitgaan, en tussen Tietjerk en Leeuwarden gaf hij de anderen, de bedachtzamen en tragen, het woord.

Onder de koel schaduwende overkapping van het stadsstation zag hij de groep woudkers bijeen staan, breedvoerig redekavelend zonder een onmiddellijk besluit: waarheen het eerst te gaan, en hoe, en of men bij elkaar zou blijven... Hij bleef er talmend bij staan, na de opwelling, om dit volkje maar alleen te laten. Boukje Durks, aan de arm van een paar vriendinnen •—• ze was smal in de schouders, forse heup onder het nauwgesnoerde taille-jakje •—• lachte met stevige tanden; haar ogen namen hem op, dwaalden af, keerden naar hem terug. Hij slenterde in zijn herenboerendracht, bewust van gestippeld vest en puntboord, op het troepje af.

•—■ Nou, moet dat hier de hele middag blijven staan?

Een gelijktijdig stemmenkoor overstelpte hem met vleiende uitbundigheid.

•—■ Wijs ons dan de weg eensl

— Wij zijn maar alledaagse luitjes...

•—< Zo'n heerschap 1 Die is hier natuurlijk thuis —• zo secuur kennen wij Leeuwarden niet.

Sluiten